De manier waarop volwassenen peuters en kleuters benaderen tijdens gesprekken, is van grote invloed op hun taalverwerving. Wie jonge kinderen toespreekt als volwaardige gesprekspartners legt al vroeg de kiem voor 'schooltaal'. Dit blijkt uit het onderzoek van NWO-onderzoeker Lotte Henrichs, die op 21 april promoveert aan de Universiteit van Amsterdam.
.
Kinderen op de basisschool hebben een bepaald type taalkennis nodig: schooltaal. Schooltaal is geen op zichzelf staande, nieuwe taal, maar is het taalgebruik dat juffen en meesters gebruiken en van leerlingen verwachten. Het stelt kinderen in staat instructies te begrijpen en om op een efficiƫnte manier hun kennis te laten zien. Schooltaal kenmerkt zich door moeilijke, abstracte woorden en ingewikkelde zinsstructuren. De taal bevat vaak veel bijzinnen en voegwoorden en doet door manieren van betogen en analyseren wetenschappelijk aan.
Ouders maken het verschil
Henrichs toont aan dat kinderen al in de kleuterklas met schooltaal in aanraking komen. Ze horen al veel schooltaal van de leerkracht, en er wordt ook van henzelf verwacht dat ze schooltaal gebruiken. De mate waarin schooltaal thuis wordt gebruikt, blijkt tussen gezinnen sterk te verschillen. Essentieel is hierbij de manier waarop ouders hun kinderen benaderen tijdens gesprekken. Wanneer kinderen de ruimte krijgen om betekenisvolle bijdragen te leveren aan gesprekken, gebruiken ze vaak als vanzelf kenmerken van schooltaal. Daarnaast hangt de schooltaalkennis af van de mate waarin ouders hun kind voorlezen, verhalen vertellen en gesprekken over interessante kennisonderwerpen voeren.
Lotte Henrichs onderzocht hoe met name heel jonge kinderen deze schooltaalkennis opdoen en wat de rol van opvoeders en school hierbij is. In het grotere onderzoeksprogramma waarbinnen Henrichs haar onderzoek deed, werden 150 kinderen van 3 tot en met 6 jaar oud 3 jaar lang gevolgd. Alle kinderen woonden in Nederland en kwamen uit Turkse, Marokkaans-Berberse en Nederlandse gezinnen. Van alle participanten was een subgroep van 25 Nederlandse gezinnen betrokken bij de dieptestudie van Henrichs